Vinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo SliderVinaora Nivo Slider

 

Door Buglife The Invertebrate Conservation Trust, Peterborough, England

De Britse Advertising Standards Authority (Reclamecode commissie) treedt op tegen misleidende informatie over jakobskruiskruid, een Britse wilde plant.

 

Monsanto, Barrier Biotech Ltd., Ragfork, The British Horse Society en het bestuur van het graafschap Warwickshire zijn door de ASA op de vingers getikt omdat zij op hun website en in brochures onjuiste en misleidende informatie over Jakobskruiskruid geven. Jakobskruiskruid is een wilde plant die voorkomt in Groot Brittannië en die een belangrijke rol speelt in het natuurbehoud. Alle betrokken organisaties hebben beloofd de onjuiste informatie te verwijderen. Die informatie bevat een zwaar overdreven sterftecijfer onder paarden als gevolg van Jakobskruiskruid vergiftiging of deze organisaties beweren dat landeigenaren wettelijk verplicht zijn het Jakobskruiskruid te bestrijden.

 

Woendag 29 juni 2011

 

Reclame codes worden vastgelegd door de Advertising Standards Authority (Reclame Code Commissie) om te waarborgen dat advertenties en reclame wettig, fatsoenlijk en betrouwbaar zijn.

Monsanto, een landbouw bedrijf dat een reeks bestrijdingsmiddelen voor Jakobskruiskruid verkoopt, gaf op zijn website foutieve informatie als zouden landeigenaren wettelijk verplicht zijn om Jakobskruiskruid te bestrijden en te voorkomen dat het zich vanaf hun land uitbreidt. Dat is niet correct. Hoewel het voor kan komen dat een landeigenaar de groei van Jakobskruiskruid moet beperken omdat er een reëel risico is voor het vee, en de eigenaar niet heeft voldaan aan de door de overheid vastgelegde Ragwort Code, maar het is geen automatische wettelijke verplichting.

DEFRA (Department of environment, Food and Rural Affair, ong.: ministerie van milieu) verklaart dat de gedragscode niet bedoeld is om Jakobskruiskruid uit te roeien. Jakobskruiskruid, als inheemse plant, is heel belangrijk voor de natuur in het Verenigd Koninkrijk. De plant is van belang voor een groot aantal ongewervelde dieren en een belangrijke bron van nectar voor veel insecten.

De British Horse Society and het graafschap Warwickshire hebben ook een waarschuwing gekregen omdat zij een misleidende brochure promoten, die ook op de website van het graafschap staat, en waarin wordt gesteld dat men als landeigenaar in overtreding is wanneer men Jakobskruiskruid de kans geeft zich te verspreiden.

Ragfork, een bedrijf dat een stuk gereedschap, speciaal voor het verwijderen van Jakobskruiskruid verkoopt, beweerde dat er in het Verenigd Koninkrijk als gevolg van Jakobskruiskruidvergiftigingen jaarlijks 6.500 paarden en pony’s sterven. Zij gaven toe dat er geen bewijs is voor deze stelling en hebben de informatie van hun website verwijderd. In werkelijkheid zijn de sterftecijfers zo laag, dat de overheid ze niet eens meer registreert. De Britse cijfers over 2005 maken melding van slechts 13 gevallen.

Matt Shardlow, Buglife Chief Executive (voorzitter van Buglife, een Britse natuurorganisatie) zegt dat tenminste 30 insectensoorten volledig afhankelijk zijn van Jakobskruiskruid, en ongeveer een derde van die soorten is zeldzaam of zeer zeldzaam. Ook als bron van nectar en pollen is Jakobskruiskruid onmisbaar voor honderden soorten vlinders, bijen, motten, kevers en vliegen. Daardoor draagt Jakobskruiskruid bij tot het behoud van onze toch al aangetaste biodiversiteit.

Hoewel het in grote hoeveelheden inderdaad schadelijk kan zijn voor paarden, wordt het voornaamste risico gevormd door gedroogd kruiskruid dat illegaal in hooi verkocht wordt. Op dit risico zouden we onze aandacht moeten richten, i.p.v. het land met nog meer pesticiden te besproeien of het Jakobskruiskruid uit de bermen te rukken.

Neil Jones, lid van de Buglife and Swansea Friends of the Earth, die het onderwerp heeft aangekaart bij de ASA zegt: “Jakobskruiskruid is het onderwerp van een ware hetze, gebaseerd op fabels die vrijwel dagelijks overal op internet en in de pers herhaald worden. Bovendien worden er in het wilde weg gespeculeerd dat het Jakobskruiskruid zich ieder jaar verder uitbreidt. Ik ben verheugd dat sommige van deze organisaties die deze onwaarheden verspreiden nu ter verantwoording worden geroepen.”

Matt Shardlow, de voorzitter van Buglife, zegt: “Er bestaan nog steeds veel websites en brochures die misleidende informatie over Jakobskruiskruid bevatten. U kunt bijdragen aan het bevorderen van wettige, eerlijke en betrouwbare informatie over deze wilde plant, door deze websites te benaderen en ze te attenderen op de Ragwort Code van de overheid, of de pagina’s over Jakobskruiskruid op de website van Buglife”.

 

Het originele Engelstalige artikel op Buglife. Advertising Standards Authority crack down on misleading information about Ragwort - a British wildflower

Defra Code of practice on How to prevent the Spread of Ragwort



Noteer gegevens die de vondst documenteren:
1) Beschrijft zo duidelijk en precies mogelijk waar de plant gevonden is: Provincie, dorp/stad, straatnaam, evt. huisnummer of een andere aanduiding van de precieze plek. Bijvoorbeeld: Gelderland, Wijchen, Zesweg, in weiland c. 100 meter ten noorden van de splitsing met de Industrieweg.
2) Beschrijf de standplaats van de plant. Staat hij bijv. in een wegberm of een weiland, hoe ziet de vegetatie er uit waarin de plant groeit. Maak bij voorkeur ook foto's van de plant en zijn directe omgeving.
3) Noteer de datum van verzamelen
4) Noteer je naam en adres

Verzamel de plant:
1) Verwijder de plant met wortel en al.
2) Spreid de plant uit op een krant. Als de plant groter is dan de pagina van de krant, knip de plant dan in stukken.
3) Vouw de krant voorzichtig dicht en plaats de krant die de plant bevat tussen twee stukken karton.
4) Leg vervolgens een stoeptegel of iets anders zwaars op het karton zodat de plant geplet wordt.
5) Laat deze 'plantenpers' enkele dagen liggen op een bij voorkeur warme, maar in ieder geval droge omgeving.
6) Als de plant gedroogd is, kan je hem opsturen naar:

Secretariaat Jakobskruiskruid Feiten en Fabels
Voetpad 27
8485 JL Munnekeburen

Veel zaden,veel planten?

Door: Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand)

Op internet (1,2,3) en in andere media (4,5) wordt de zorg uitgesproken dat Jakobskruiskruid algemener in Nederland aan het worden is en dat deze soort in steeds meer gebieden voor zal gaan komen waar het voorheen niet groeide. Daarnaast is er een roep om Jakobskruiskruid niet alleen in de paardenweide en de directe omgeving ervan te bestrijden, maar ook ver daarbuiten, omdat zaden via de wind grote afstanden af kunnen leggen en op deze manier alsnog in een paardenwei terecht kunnen komen. In deze context wordt regelmatig aangehaald dat een Jakobskruiskruid plant zo’n 200.000 zaden kan produceren en dat deze vele kilometers van de moederplant verspreid kunnen worden. Om beter te begrijpen welke factoren de verspreiding van Jakobskruiskruid beïnvloeden hebben we de literatuur er op nageslagen om de volgende vragen te beantwoorden:
• Hoe vindt de verspreiding van Jakobskruiskruid zaden plaats?
• Speelt de wind daar een even grote rol in als wordt aangenomen?
• Wordt ieder zaadje ook een volwassen plant?

buisbloemen Jakobskruiskruid vallende zaden van Jakobskruiskruid zaden van Jakobskruiskruid vallen dichtbij de moederplant

Zaadverspreiding

Jakobskruiskruid bloeit vanaf ongeveer juni tot en met oktober en kan in die tijd tussen enkele honderden en zo’n 200.000 (6,7,8) zaden produceren. Grote planten hebben over het algemeen meer bloemen dan kleine planten en maken dus meestal meer zaden. De bloemen van Jakobskruiskruid zijn in ‘bloemhoofdjes’ geplaatst. Op het eerste gezicht lijken die bloemhoofdjes op individuele bloemen, maar als je beter kijkt dan kan je zien dat een bloemhoofdje uit tientallen bloemen bestaat die elk één vruchtje produceren dat één zaadje bevat (6). Net als bij de Paardenbloem zitten de vruchtjes aan een pluisje vast, dat pappus genoemd wordt. Dat kun je op de foto’s mooi zien. Het pappus bestaat uit ongeveer 60 haartjes van zo’n 6 mm, met daaraan weer kleine weerhaakjes (7,8). De functie van het pappus is om er voor te zorgen dat de zaden verspreid kunnen worden naar een plek waar ze kunnen kiemen en tot een volwassen plant uit kunnen groeien. Deze verspreiding kan op verschillende manieren gebeuren. Het pappus maakt het onder andere mogelijk dat de vruchten makkelijk door de wind meegevoerd kunnen worden. Daarnaast zorgen de weerhaakjes van het pappus ervoor dat de vruchten ook kunnen blijven plakken in de vacht of veren van dieren (7,8). Ook de mens kan door de plant als ‘vervoermiddel’ gebruikt worden. Treinen en auto’s zorgen voor windverplaatsing en zand dat voor de aanleg van infrastructuur of bebouwing gebruikt wordt komt vaak van elders en kan zaden van Jakobskruiskruid bevatten.

De efficiëntie van windverspreiding

Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van windverspreiding van Jakobskruiskruid zaden toont aan dat de meeste zaden dichtbij de moederplant terecht komen. Slechts 0.5% van alle zaden die een plant produceert komt verder weg dan 25 meter (8,9). Hoewel elk van tot circa 200.000 zaden dus een kans heeft om ver van de moederplant verspreid te worden, zijn er in de praktijk maar een paar zaadjes die ook echt zover weg komen. Het merendeel van de vruchten landt niet verder weg dan slechts enkele meters van de moederplant (7,8). Het is echter belangrijk om je te realiseren dat er slechts één zaadje nodig is dat ver genoeg weg kan komen om het mogelijk te maken dat de soort zich naar een nieuw gebied kan uitbreiden.

Het lot van een zaadje

We weten dat een Jakobskruiskruidplant veel zaden kan produceren en dat een fractie van deze zaden een flinke afstand af kan leggen. Maar als al deze zaden tot een volwassen plant uit zouden groeien, dan zou Nederland al lang door een dicht tapijt van Jakobskruiskruid bedekt zijn (6). Onder gecontroleerde omstandigheden in een kas met de juiste luchtvochtigheid en temperatuur kan er zo’n 80 % van de zaden kiemen (6), maar in de natuur zijn de omstandigheden natuurlijk nooit zo ideaal als in een kas. De zaden moeten bijvoorbeeld maar net op een geschikt plekje terecht komen waar ze kunnen kiemen (6) . Het kan bijvoorbeeld te droog of te nat zijn of misschien is er te weinig licht om te kiemen. En zelfs als een zaadje ontkiemt, dan is het nog steeds maar de vraag of het lang genoeg leeft om tot een volwassen plant uit te groeien. Een kiemplantje moet namelijk met andere planten concurreren om licht en voedsel en alleen de sterkste planten overleven deze strijd. Een deel van de zaden krijgt een tweede kans als ze in het eerstvolgende groeiseizoen niet kunnen kiemen (9). Als deze zaden onder het grondoppervlak terecht komen, dan kunnen ze daar in kiemrust gaan; een soort winterslaap, zeg maar. In deze ‘zaadbank’ kunnen de zaden soms nog tien en wellicht zelfs tientallen jaren hun kiemkracht behouden (9). Zodra ze door het verstoren van de bodem aan de oppervlakte komen kunnen ze alsnog gaan kiemen (9).

Conclusie

Jakobskruiskruid planten kunnen erg veel zaden produceren, maar de meeste zaden blijven dicht bij de moederplant liggen. En zelfs als een enkel zaadje in een nieuw gebied terecht komt, dan is er maar een kleine kans dat deze het tot een volwassen plant zal schoppen. De stelling dat een plant 200.000 zaden kan vormen die elk tot kilometers ver terecht kunnen komen en er zo voor kunnen zorgen dat de soort zich in een korte tijd enorm kan uitbreiden moet dus sterk genuanceerd worden.

Bronvermeldingen

(1) Ragwort Facts Dispersal website
(2) Socialistische Partij Drente website
(3) Kruiskruid.nl website 
(4) Algemeen Dagblad Groene hart
(5) Nieuwsblad BE website
(6) Van der Meijden, E. 1974. Zebrarupsen en Jacobskruiskruid. In: Cron Michielsen, N. (ed.),Meijendel.
Duin-water-leven: 95-108. W. van Hoeve BV, Den Haag/Baarn
(7) Harper, J. L. & W. A. Wood. 1957. Senecio jacobaea L. The Journal of Ecology 45: 617-637
(8) Poole, A. L. & D. Cairns. 1940. Botanical aspects of Ragwort (Senecio jacobaea L.) control. Department
of Scientific and Industrial Research Bulletin 82: 2-61.
(9) Weeda E.J., R. Westra, CH. Westra & T. Westra. 1987. De Nederlandse oecologisch flora wilde planten
en hun relaties

 

Het begrip verstoorde grond

Door Esther Hegt en Hans Kruijer (Nationaal Herbarium Nederland, Leiden)

Een plant die in zijn natuurlijke omgeving groeit heeft te maken met een groot aantal biotische en abiotische factoren.
Biotische factoren hebben te maken met levende organismen, zoals bacteriën, schimmels, dieren, en andere planten in de naaste omgeving. Abiotische factoren zijn gerelateerd aan de niet-levende natuur, zoals klimaat, weer, waterkwaliteit, en bodem.

Voor een bos is het heel normaal dat er eens in de, zeg, twintig tot dertig jaar een zo zware storm komt dat er bomen sneuvelen. Dat hoort er bij en draagt bij aan de natuurlijke verjonging van het bos. Voor het bos, zeker als dat een groot en oud bos is, hoef je dat niet als een verstoring te beschouwen. Voor de omgewaaide bomen wel, en voor die bomen is het een vrij desastreuze verstoring. Voor de enkele boom die op de vlakte is blijven staan is het ook een verstoring, omdat zijn buren er niet meer zijn en hij veel meer licht vangt. Voor kruiden als Vingerhoedskruid en Adelaarsvaren bijvoorbeeld is het ook een verstoring, die een uitgelezen kans biedt om massaal op zo'n stormvlakte te gaan groeien.

Jakobskruiskruid heeft een open gewoeld plekje nodig om te kunnen ontkiemen. Een gaatje door een worm gemaakt kun je niet echt zien als een verstoring van de bodem, een wormhoopje is te klein.
Daarentegen is een molshoop weer wel een welkome verstoring voor Jakobskruiskruid.
Vanuit het perspectief van Jakobskruiskruid zijn mensen en eigenlijk grote mollen, die grote verstoringen in een vegetatie kunnen aanbrengen (ploegen, verplaatsen van grond bij aanleg van woonwijken en wegen), maar dat ook indirect kunnen bewerkstelligen door (te veel) vee in weilanden en natuurgebieden te laten grazen. Als je een weiland als één geheel systeem bekijkt, dus op grotere schaal, zijn molshopen geen verstoring, ( van echte mollen) omdat mollen tot de weidebodemfauna behoren en ook wezenlijk zijn voor de bodemvorming, net als wormen, maar voor Jakobskruiskruid zijn de molshopen wel ideaal om te kunnen kiemen.

Jakobskruiskruid is inheems in Nederland, maar tot voor enkele decennia zeldzaam in sommige delen van Nederland (zoals Drenthe en aangrenzend Groningen). Daar is de soort uitgezaaid en maakt de soort dankbaar gebruik van de vele recente verstoringen die de mens daar aanricht.
Of Jakobskruiskruid het liefst op schrale grond groeit valt te betwijfelen. Drenthe was heel erg schraal en daar kwam de soort tot voor kort weinig voor. Het bevestigt wel weer dat mensenwerk de natuur verstoort en Jakobskruiskruid ook op rijkere gronden kan groeien, mits de vegetatie maar voldoende open is en de bodem voldoende verstoord en omgewoeld. Ook hier kunnen weer meer factoren meespelen, planten houden zich niet aan de regeltjes zoals die wij mensen voor hen bedenken. Als er in een flora staat dat de plant meestal op schrale grond groeit, dan wil dat niet zeggen dat de plant nooit op een voedselrijke grond zal groeien. Het voorkomen van een plant in een bepaalde omgeving wordt door heel veel biotische en abiotische factoren bepaald. Het kan zijn dat 1 (of meerdere) van deze factoren niet optimaal voor de plant is (bijvoorbeeld een bodem die wat voedselrijker is dan Jakobskruiskruid dat ideaal zou willen hebben), maar dat dit gecompenseerd wordt door andere factoren die wel optimaal zijn (bijv. een bodem die verstoord is).

Prof. Dr. H.J.Breukink (emeritis hoogleraar diergeneeskunde paard en rund aan de Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht )
MSc. Marike Boekhoff (Animal Sciences Group, Wageningen UR, Lelystad)
Esther Hegt initiatiefneemster van de website Jakobskruiskruid, Feiten en fabels.
Dr. Hans Kruijer (Nationaal Herbarium Nederland, Leiden)
Drs. Baudewijn Odé adviseur/projectleider ( FLORON)
Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand)
Drs. Merijn Roos (Dierenarts aan de Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht)
Ing. Jaap Rouwenhorst (Inventarisatie, Monitoring, Faunabeheer. Bureau Ontwikkeling en Beheer, Staatsbosbeheer regio Oost, Deventer. contactpersoon Jakobskruiskruid )
Matt Shardlow (Director Buglife - The Invertebrate Conservation Trust, Peterborough, England)
Ing. Geert Staring (Deskundige certificeringssytemen NAK AGRO, Emmeloord)
Lex van de Weerd (Graslandspecialist, Barenbrug Holland B.V.)
Drs. Linda van Wuijckhuise (Rundveedierenarts, Gezondheidsdienst voor dieren, Deventer)

 

Copyright

Het copyright berust bij de auteurs van de webpagina’s, wilt u toestemming om materiaal van de webpagina’s of fotomateriaal te mogen gebruiken kunt u gebruik maken van het contactformulier

 

Techniek website

Martijn van Beek (Tekenaar/Engineer)
Jimmy Hegt (B ICT)
Mannie (Technische realisatie en webdesign Joomla) († 2010)