
Biggenkruid (Hypochaeris) Het Biggenkruid is een geelbloeiende composiet die groeit op open plekken, vaak in bermen, ook in graslanden en dus weides. Het rozet kan men door voelen snel herkennen want het blad doet de naam eer aan. Het voelt net als een biggenhuidje ruw aan.
De bloem van het Biggenkuid heeft alleen lintbloemen, dus er zit geen hartje van buisbloemen in het midden.

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) wordt vaak verward maar is geen Kruiskruid. Het blad van Boerenwormkruid bestaat als het ware uit veel aparte blaadjes die recht tegenover elkaar staan en zo een soort veer vormen (zie foto 4). Bij Jakobskruiskruid is het één groot blad met een nerf en een bladsteel waarbij de insnijdingen van de bladrand niet tot aan de middennerf komen.
De bloemhoofdjes van Boerenwormkruid hebben géén krans van lintbloemen. Ze zien eruit als een soort gele knoopjes (zie foto 1). De plant verspreidt na kneuzing een kamfer-achtig geurtje.

Bijvoet bloeit van augustus tot september met roodbruine of gele bloemen. De bloemen zijn vrij klein en staan in lange smalle trossen aan de top van de stengel. De stengel is vaak rood/paars aangelopen.




