Tagarchief: feit of fabel?

Jakobskruiskruid-vergiftiging door huidopname, feit of fabel?

Door: Esther Hegt enDr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2007

Op verschillende websites (1) en via andere media (2) (3) (4) wordt bericht dat de giftige stoffen in Jakobskruiskruid (pyrrolizidine alkaloïden) via de huid opgenomen kunnen worden en dat huidcontact met Jakobskruiskruid-planten dus vermeden moet worden. Om er achter te komen of deze informatie juist is, zijn we naar de oorspronkelijke bron op zoek gegaan. Tot op heden hebben we de berichtgeving over vergiftiging via de huid kunnen herleiden tot twee bronnen.

1) Paragraaf 4.1.1 in een rapport van de World Health Organization in 1988 (5). In dit rapport wordt wat betreft de opname van pyrrolizidine alkaloïden via de huid verwezen naar een artikel van Brauchli en collega’s (6). Deze wetenschappers schrijven dat uit toxicologisch onderzoek aan ratten is gebleken dat pyrrolizidine alkaloïden uit de wortels van Smeerwortel (Symphytum officinale, Boraginaceae) via de huid opgenomen kunnen worden. De hoeveelheid pyrrolizidine alkaloïden die op deze manier opgenomen wordt lijkt echter veel lager te zijn dan bij orale inname. In de urine van de ratten werd er een 20 tot 50 keer lagere uitscheiding van pyrrolizidine alkaloïden waargenomen dan bij orale toediening gemeten werd. Zolang de plant nog niet is gegeten bevinden pyrrolizidine alkaloïden zich in hun N-oxide vorm en zijn dan niet giftig. Als de plant gegeten wordt, dan worden de pyrrolizidine alkaloïden in deze vorm met name in de dunne darm omgezet in vrije alkaloïden die wel giftig zijn en de lever aan kunnen tasten. In de studie van Brauchli et al. (1982) werd er vastgesteld dat pyrrolizidine alkaloïden die via de huid opgenomen werden niet of nauwelijks werden omgezet in vrije alkaloïden. We hebben geen recentere wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp kunnen vinden.

2) Berichtgeving via internet door Dr. Knottenbelt (Liverpool University). Deze dierenarts wordt op internet regelmatig aangehaald, omdat hij tijdens een debat van de House of Commons heeft gezegd dat de giftige stoffen in Jakobskruiskruid vrijwel zeker door de huid opgenomen kunnen worden (7). Naar aanleiding hiervan hebben wij contact met Dr. Knottenbelt opgenomen. Per email berichtte hij ons dat er geen wetenschappelijk bewijs voor zijn uitspraken is. Hij schreef dat hij zelf leverschade ondervonden heeft na het handmatig verwijderen van Jakobskruiskruid planten. De resultaten van dit ‘experiment’ zijn echter niet gepubliceerd en naar onze mening ook niet middels een goede wetenschappelijke proefopzet verkregen.

Uit ons onderzoek naar de bronnen achter de berichtgeving dat het gevaarlijk is om Jakobskruiskruid aan te raken, concluderen wij dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat er een gezondheidsrisico voor mensen bestaat. De hoeveelheid pyrrolizidine alkaloïden die eventueel opgenomen zou kunnen worden d.m.v. huidcontact is zeer laag en er is geen bewijs dat deze alkaloïden omgezet worden in een giftige vorm. Jakobskruiskruid kan bij huidcontact echter wel een allergische reactie geven: compositae dermatitis.(8). Deze allergie treedt op na huidcontact of na het eten van de planten. De allergie wordt niet veroorzaakt door de pyrrolizidine alkaloiden, maar door andere stoffen die in veel soorten van de composietenfamilie voorkomen (sesquiterpene lactonen) (9).

Bronvermeldingen

(1) Ragwort-UK Ltd Educational site
(2) Yorkshire Dales Country News – 2006 Ragwort poisoning alert
(3) Nieuwsblad België-Jakobskruiskruid kan dodelijk zijn
(4) DEFRA Advice on handling ragwort
(5) World Health Organisation. 1988. Environmental health criteria for Pyrrolizidine alkaloids. Published under the joint sponsorship of the United
Nations Environment Programme and the World Health Organization. Geneva.
(6) Brauchli J., J. Luthy, U. Zweifel & C. Schlatter. 1982. Pyrrolizidine alkaloids from Symphytum officinale L. and their percutaneous absorption in
rats. Experientia (Basel) 38: 1085-1087.
(7) Knottenbelt, D., House of Commons 25 Jul 2000 : Column 1089
(8) Gordon, L. A. 1999. Compositae dermatitis. Australas. J. Dermatol. 40: 123-128.
(9) Warshaw, E. M. & K. A Zug. 1996. Sesquiterpene lactone allergy. Am. J. Contact. Dermat. 7: 1-23

Een hapje kan geen kwaad?

Wordt mijn paard ziek als het af en toe een hapje Kruiskruid binnen krijgt?

Door: Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2006

Jakobskruiskruid en alle andere in Nederland voorkomende kruiskruiden bevatten inhoudsstoffen die bij inname giftig zijn voor de meeste gewervelde dieren en insecten (1) Deze stoffen heten pyrrolizidine alkaloïden. De pyrrolizidine alkaloïden die kruiskruiden bevatten worden na inname al na 24 tot 48 uur uitgescheiden (2) en hopen zich dus niet in het lichaam op, zoals soms gedacht wordt (1, 2). Toch kunnen pyrrolizidine alkaloïden in de korte tijd dat ze in een lichaam aanwezig zijn de gezondheid van een dier aantasten. Pyrrolizidine alkaloïden zijn in de vorm waarin ze zich in de plant bevinden in principe niet giftig voor dieren, maar kunnen na inname door chemische processen in de dunne darm en de lever omgezet worden in een vorm die vooral de lever kan beschadigen, maar ook in mindere mate de nieren en longen (1. 3) zie Jakobskruiskruidvergiftiging, hoe werkt dat? over de giftige werking van pyrrolizidine alkaloïden en de gevolgen van kruiskruidvergiftiging. Kruiskruidvergiftiging kan uiteindelijk de dood als gevolg hebben, maar kan één hapje al kwaad? Het antwoord op deze vraag hangt af van hoe je ‘kwaad’ definieert.

Eén hapje Jakobskruiskruid kan er al ervoor zorgen dat levercellen afsterven. Hierdoor kan herhaalde opname van de giftige stoffen de lever zo beschadigen dat deze niet meer optimaal kan functioneren. Dit heeft de verschijnselen van een leverziekte als gevolg en kan uiteindelijk tot de dood leiden. (1, 3) Er wordt geschreven dat een dieet waarin 1-2% kruiskruid aanwezig is op termijn al letaal kan zijn (4). Deze werking wordt ‘cumulatief’ genoemd: elk hapje telt en brengt de dood een stap dichterbij. Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever dus op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar.(5, 6, 7) Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven lever cellen namelijk overgenomen worden door andere levercellen.  Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50-70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte. Het is dus erg belangrijk om een goed beeld te krijgen van hoe hoog de drempel ligt. Met andere woorden: hoeveel kruiskruid kan een dier eten zonder dat dit op korte of lange termijn een effect heeft op zijn gezondheid? Er is hier echter nog veel onduidelijkheid over. Er wordt bijvoorbeeld geschreven dat een hoeveelheid van 50 en 200 gram gedroogd Jakobskruiskruid per kilo lichaamsgewicht dodelijk is (8, 9, 10) voor een paard maar het is niet duidelijk over welke termijn deze inname plaats moet vinden om letaal te zijn.

Conclusie: Kan één hapje kruiskruid al kwaad?: Ja, het kan de lever beschadigen. Heeft één hapje kruiskruid een effect op de gezondheid van een dier?: Nee, tenzij dit frequent over een langere termijn plaatsvindt.

Referenties :

(1) Fu, P. P., Q. Xia, G. Lin & M. W. Chou. 2004. Pyrrolizidine alkaloids – Genotoxicity, metabolism enzymes, metabolic activation, and mechanisms. Drug Metabolism Reviews 36: 1-55.

(2) Stewart, M. J. & V. Steenkamp. 2001. Pyrrolizidine poisoning: a neglected area in human toxicology. Therapeutic Drug Monitoring 23: 698-708.

(3) Chojkier, M. 2003. Hepatic sinusoidal-obstruction syndrome: toxicity of pyrrolizidine alkaloids. Journal of Hepatology 39: 437-446.

(4) Vos, J. H., A. A. J. Geerts, J. W. Borgers, M. H. Mars, J. A. M. Muskens & L. A. van Wuijckhuise-Sjouke. 2002. Jacobskruiskruid: bedrieglijke schoonheid. Tijdschr. Diergeneesk. 127: 753-756.

(5) De Lanux-Van Gorder, V. 2000. Tansy ragwort poisoning in a horse in southern Ontario. Can. Vet. J. 41: 409- 410.

(6) Lessard, P., W. D. Wilson, H. J. Olander, Q. R. Rogers, & V. E. Mendel. 1986. Clinicopathologic study of horses surviving pyrrolizidine alkaloid(Senecio vulgaris) toxicosis. Am. J. Vet. Res. 47: 1776-1780.

(7) Czaja, M. 1998. Liver growth growth and repair. Chapman en Hall London. ISBN 0412 71260.

(8) Goeger, D.E., P.R. Cheeke, J.A. Schmitz & D.R. Buhler (1982). Toxicity of tansy ragwort (Senecio jacobaea) to goats. Am. J. Vet. Res. 43(2):252-254.

(9) Molyneux R. J., Johnson, A. E.& L. D. Stuart. 1988. Delayed manifestation of Senecio -induced pyrrolizidine alkaloidosis in cattle:case reports. Vet. Hum. Toxicol. 30: 201-205

(10) European Food Safety Authority. 2007. Opinion of the Scientific Panel on contaminants in the food chain on a request from the European Commissionrelated to Pyrrolizidine alkaloids as undesirable substances in animal feed. The EFSA Journal 447: 1-51.