Het verschil tussen leverziekte en leverfalen is belangrijk, want de termen worden vaak door elkaar gehaald terwijl ze iets anders betekenen. Leverproblemen zijn serieus en vragen de hulp van een dierenarts.
Leverziekte (of leveraandoening) is een overkoepelende term voor allerlei ziekten die de lever aantasten. Denk aan:
- Hepatitis (leverontsteking)
- Leververvetting (bijvoorbeeld door overgewicht)
- Levercirrose (verlittekening)
- Geboorteafwijkingen
- Parasieten, Fasciola hepatica
- Giftige planten. Leverschade kan ook door andere pyrrolizidine alkaloide (PA) bevattende planten dan Jakobskruiskruid veroorzaakt zijn.
Leverziekte kan mild tot ernstig zijn en kan vaak nog (deels) worden behandeld of gestopt. De lever functioneert dan soms nog grotendeels normaal. Een juiste diagnose door een dierenarts is hierbij noodzakelijk en soms zelf van levensbelang.
Leverfalen daarentegen is de fase waarin de lever het begeeft – de lever werkt niet goed of helemaal niet meer. Dat is ernstig en vaak levensbedreigend. Er zijn twee vormen:
- Acuut leverfalen: plotseling, vaak door vergiftiging of virale hepatitis.
- Chronisch leverfalen: meestal het gevolg van jarenlange leverziekte (zoals cirrose door giftige stoffen of hepatitis).
Dus kort gezegd:
- Leverziekte = de oorzaak of het proces
- Leverfalen = het gevolg als het misgaat
Waarschuwingssignalen van leverfalen:
- Geelzucht. Gele verkleuring van huid en ogen.
- Verminderde eetlust. De lever raakt overbelast, afvalstoffen hopen zich op en het paard voelt zich beroerd.
- Zenuwverschijnselen. Wankele gang, cirkelbewegingen, bewustzijnsvermindering, opgewonden/paniekerig gedrag.
- Slechte vacht. Korsten, met name op de kroonrand (paard).
- Zonnebrand. Hepatogene fotosensibilisatie. Het ontstaat doordat de galuitscheiding bij de afbraak van chlorofyl verstoord is.
Leverproblemen zijn vaak een kuddeprobleem
Leveraandoeningen bij paarden staan vaak niet op zichzelf, maar treden vaak tegelijk op als uitbraak bij meerdere paarden binnen de kudde . Dat is logisch: ze delen hetzelfde hooi, water en leefomgeving. Ook een infectie of virus zou meerdere dieren tegelijk kunnen treffen.
Daarom: Laat altijd bij leverproblemen ook het bloed van enkele stal- of weidegenoten controleren. Laat het hooi en het krachtvoer analyseren – óók als het er “goed uitziet”.
Wetenschappelijke inzichten: kijk verder dan alleen Jakobskruiskruid
Een bekende oorzaak van leverschade bij paarden is vergiftiging met pyrrolizidine alkaloïden, afkomstig van Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris). Omdat dit veroorzaakt wordt door besmet hooi of weidegang, is het aannemelijk dat meerdere paarden uit dezelfde kudde ziek worden.
Toch blijkt uit Brits onderzoek (Durham, 2015) dat daadwerkelijk bevestigde vergiftigingen door Jakobskruiskruid niet zo vaak voorkomen bij Britse paarden als men denkt. Het lastige is dat leverziekten meerdere oorzaken kunnen hebben en dat een biopsie of post mortem onderzoek nodig is om Jakobskruiskruidvergiftiging vast te stellen. Bij de meeste verdenkingen van een Jakobskruiskruidvergiftiging kiezen paardeneigenaren ervoor om geen verder onderzoek uit te voeren, vermoedelijk vanwege de kosten. Dit betekent dat bij de meeste verdachte gevallen een daadwerkelijke vergiftiging door Jakobskruiskruid niet is vastgesteld. De reputatie van Jakobskruiskruid als ‘dé boosdoener’ leidt er zelfs toe dat veel leverproblemen automatisch daaraan worden toegeschreven, zónder bewijs – een soort zelfvervullende prophecy.
Durham stelt daarom: We moeten ook buiten het ‘Jakobskruiskruidhokje’ durven denken. Denk bijvoorbeeld aan ijzervergiftiging: Te veel ijzer door supplementen, of hoge ijzergehaltes in water, bodem of hooi. De paardenlever is daar gevoelig voor, hoewel milde ophoping van ijzer in de lever bij veel Britse paarden en ezels ook als normaal wordt gezien. Mycotoxines (schimmelgifstoffen): Recente onderzoeken tonen dat fumonisine B1 – een bekende hepatotoxine – werd gevonden in meer dan 30% van de hooimonsters van stallen met leverziekte-uitbraken.
In Nederland is geen (wetenschappelijk) onderzoek bekend over het aantal verdachte en bevestigde vergiftigingen met Jakobskruiskruid. Dat betekent dat men in Nederland niet gefundeerd kan onderbouwen hoe groot de ervaren problematiek met Jakobskruiskruid in relatie tot paarden en vee daadwerkelijk is. Het is waardevol als dit onderzoek zou plaatsvinden.
Conclusie:
Onderzoek leverproblemen niet alleen het zieke paard, maar ook de kudde en de omgeving. Laat meerdere dieren testen, en analyseer hooi, water en voer. Blijf kritisch en wees terughoudend met het ongefundeerd aanwijzen van Jakobskruiskruid als oorzaak bij leverziekten en -falen met het risico dat er oorzaken over het hoofd gezien worden die vaak goed zijn te behandelen.
Verwijzingen
Durham A.E. (2017). Equine liver disease: Think outside the ragwort box. Equine Health(38), pp. 27–31. doi:https://doi.org/10.12968/eqhe.2017.38.27
Durham, A.E. (2015). Surveillance focus: ragwort toxicity in horses in the UK. The Veterinary Record(24), pp. 620–622. doi:https://doi.org/10.1136/vr.h2817
Durham, A.E. (2022). Association between forage mycotoxins and liver disease in horses. Journal of Veterinary Internal Medicine, 36, pp. 1502–1507. doi:DOI: 10.1111/jvim.16486
Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht. (2015, november 30). Chronische ijzervergiftiging door drinken van slootwater wordt paarden fataal. Opgehaald van Diergeneeskunde.nl: https://diergeneeskunde.nl/2015/11/chronische-ijzervergiftiging/
Tallon, R. (2020, mei 2). Equine liver disease in the field. Part 2: Causes and management. Opgehaald van UK-Vet Equine: https://www.ukvetequine.com/content/clinical/equine-liver-disease-in-the-field-part-2-causes-and-management
