Categoriearchief: Feit of fabel?

Veel zaden,veel planten?

Zaadverspreiding Jakobskruiskruid

Door: Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2007

Op internet (1,2,3) en in andere media (4,5) wordt de zorg uitgesproken dat Jakobskruiskruid algemener in Nederland aan het worden is en dat deze soort in steeds meer gebieden voor zal gaan komen waar het voorheen niet groeide. Daarnaast is er een roep om Jakobskruiskruid niet alleen in de paardenweide en de directe omgeving ervan te bestrijden, maar ook ver daarbuiten, omdat zaden via de wind grote afstanden af kunnen leggen en op deze manier alsnog in een paardenwei terecht kunnen komen. In deze context wordt regelmatig aangehaald dat een Jakobskruiskruid plant zo’n 200.000 zaden kan produceren en dat deze vele kilometers van de moederplant verspreid kunnen worden. Om beter te begrijpen welke factoren de verspreiding van Jakobskruiskruid beïnvloeden hebben we de literatuur er op nageslagen om de volgende vragen te beantwoorden:

• Hoe vindt de verspreiding van Jakobskruiskruid zaden plaats?

• Speelt de wind daar een even grote rol in als wordt aangenomen?

• Wordt ieder zaadje ook een volwassen plant?

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is moeraskkruiskruid-lint-en-buisbloemen.jpg
Foto @Pieter Pelser
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is pappus-zaadpluis.jpg
Foto @Esther Hegt

Zaadverspreiding

Jakobskruiskruid bloeit vanaf ongeveer juni tot en met oktober en kan in die tijd tussen enkele honderden en zo’n 200.000 (6,7,8) zaden produceren. Grote planten hebben over het algemeen meer bloemen dan kleine planten en maken dus meestal meer zaden. De bloemen van Jakobskruiskruid zijn in ‘bloemhoofdjes’ geplaatst. Op het eerste gezicht lijken die bloemhoofdjes op individuele bloemen, maar als je beter kijkt dan kan je zien dat een bloemhoofdje uit tientallen bloemen bestaat die elk één vruchtje produceren dat één zaadje bevat (6). Net als bij de Paardenbloem zitten de vruchtjes aan een pluisje vast, dat pappus genoemd wordt. Dat kun je op de foto’s mooi zien. Het pappus bestaat uit ongeveer 60 haartjes van zo’n 6 mm, met daaraan weer kleine weerhaakjes (7,8). De functie van het pappus is om er voor te zorgen dat de zaden verspreid kunnen worden naar een plek waar ze kunnen kiemen en tot een volwassen plant uit kunnen groeien. Deze verspreiding kan op verschillende manieren gebeuren. Het pappus maakt het onder andere mogelijk dat de vruchten makkelijk door de wind meegevoerd kunnen worden. Daarnaast zorgen de weerhaakjes van het pappus ervoor dat de vruchten ook kunnen blijven plakken in de vacht of veren van dieren (7,8). Ook de mens kan door de plant als ‘vervoermiddel’ gebruikt worden. Treinen en auto’s zorgen voor windverplaatsing en zand dat voor de aanleg van infrastructuur of bebouwing gebruikt wordt komt vaak van elders en kan zaden van Jakobskruiskruid bevatten.

De efficiëntie van windverspreiding

Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van windverspreiding van Jakobskruiskruid zaden toont aan dat de meeste zaden dichtbij de moederplant terecht komen. Slechts 0.5% van alle zaden die een plant produceert komt verder weg dan 25 meter (8,9). Hoewel elk van tot circa 200.000 zaden dus een kans heeft om ver van de moederplant verspreid te worden, zijn er in de praktijk maar een paar zaadjes die ook echt zover weg komen. Het merendeel van de vruchten landt niet verder weg dan slechts enkele meters van de moederplant (7,8). Het is echter belangrijk om je te realiseren dat er slechts één zaadje nodig is dat ver genoeg weg kan komen om het mogelijk te maken dat de soort zich naar een nieuw gebied kan uitbreiden.

Het lot van een zaadje

We weten dat een Jakobskruiskruidplant veel zaden kan produceren en dat een fractie van deze zaden een flinke afstand af kan leggen. Maar als al deze zaden tot een volwassen plant uit zouden groeien, dan zou Nederland al lang door een dicht tapijt van Jakobskruiskruid bedekt zijn (6). Onder gecontroleerde omstandigheden in een kas met de juiste luchtvochtigheid en temperatuur kan er zo’n 80 % van de zaden kiemen (6), maar in de natuur zijn de omstandigheden natuurlijk nooit zo ideaal als in een kas. De zaden moeten bijvoorbeeld maar net op een geschikt plekje terecht komen waar ze kunnen kiemen (6) . Het kan bijvoorbeeld te droog of te nat zijn of misschien is er te weinig licht om te kiemen. En zelfs als een zaadje ontkiemt, dan is het nog steeds maar de vraag of het lang genoeg leeft om tot een volwassen plant uit te groeien. Een kiemplantje moet namelijk met andere planten concurreren om licht en voedsel en alleen de sterkste planten overleven deze strijd. Een deel van de zaden krijgt een tweede kans als ze in het eerstvolgende groeiseizoen niet kunnen kiemen (9). Als deze zaden onder het grondoppervlak terecht komen, dan kunnen ze daar in kiemrust gaan; een soort winterslaap, zeg maar. In deze ‘zaadbank’ kunnen de zaden soms nog tien en wellicht zelfs tientallen jaren hun kiemkracht behouden (9). Zodra ze door het verstoren van de bodem aan de oppervlakte komen kunnen ze alsnog gaan kiemen (9).

Conclusie

Jakobskruiskruid planten kunnen erg veel zaden produceren, maar de meeste zaden blijven dicht bij de moederplant liggen. En zelfs als een enkel zaadje in een nieuw gebied terecht komt, dan is er maar een kleine kans dat deze het tot een volwassen plant zal schoppen. De stelling dat een plant 200.000 zaden kan vormen die elk tot kilometers ver terecht kunnen komen en er zo voor kunnen zorgen dat de soort zich in een korte tijd enorm kan uitbreiden moet dus sterk genuanceerd worden.

Bronvermeldingen

Deze pagina is geschreven in 2007, de links zijn verouderd en inactief gemaakt

(1) Ragwort Facts Dispersal website

(2) Socialistische Partij Drente website

(3) Kruiskruid.nl website 

(4) Algemeen Dagblad Groene hart

(5) Nieuwsblad BE website

(6) Van der Meijden, E. 1974. Zebrarupsen en Jacobskruiskruid. In: Cron Michielsen, N. (ed.),Meijendel.

Duin-water-leven: 95-108. W. van Hoeve BV, Den Haag/Baarn

(7) Harper, J. L. & W. A. Wood. 1957. Senecio jacobaea L. The Journal of Ecology 45: 617-637

(8) Poole, A. L. & D. Cairns. 1940. Botanical aspects of Ragwort (Senecio jacobaea L.) control. Department

of Scientific and Industrial Research Bulletin 82: 2-61.

(9) Weeda E.J., R. Westra, CH. Westra & T. Westra. 1987. De Nederlandse oecologisch flora wilde planten en hun relaties

Jakobskruiskruid-vergiftiging door huidopname, feit of fabel?

Door: Esther Hegt enDr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2007

Op verschillende websites (1) en via andere media (2) (3) (4) wordt bericht dat de giftige stoffen in Jakobskruiskruid (pyrrolizidine alkaloïden) via de huid opgenomen kunnen worden en dat huidcontact met Jakobskruiskruid-planten dus vermeden moet worden. Om er achter te komen of deze informatie juist is, zijn we naar de oorspronkelijke bron op zoek gegaan. Tot op heden hebben we de berichtgeving over vergiftiging via de huid kunnen herleiden tot twee bronnen.

1) Paragraaf 4.1.1 in een rapport van de World Health Organization in 1988 (5). In dit rapport wordt wat betreft de opname van pyrrolizidine alkaloïden via de huid verwezen naar een artikel van Brauchli en collega’s (6). Deze wetenschappers schrijven dat uit toxicologisch onderzoek aan ratten is gebleken dat pyrrolizidine alkaloïden uit de wortels van Smeerwortel (Symphytum officinale, Boraginaceae) via de huid opgenomen kunnen worden. De hoeveelheid pyrrolizidine alkaloïden die op deze manier opgenomen wordt lijkt echter veel lager te zijn dan bij orale inname. In de urine van de ratten werd er een 20 tot 50 keer lagere uitscheiding van pyrrolizidine alkaloïden waargenomen dan bij orale toediening gemeten werd. Zolang de plant nog niet is gegeten bevinden pyrrolizidine alkaloïden zich in hun N-oxide vorm en zijn dan niet giftig. Als de plant gegeten wordt, dan worden de pyrrolizidine alkaloïden in deze vorm met name in de dunne darm omgezet in vrije alkaloïden die wel giftig zijn en de lever aan kunnen tasten. In de studie van Brauchli et al. (1982) werd er vastgesteld dat pyrrolizidine alkaloïden die via de huid opgenomen werden niet of nauwelijks werden omgezet in vrije alkaloïden. We hebben geen recentere wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp kunnen vinden.

2) Berichtgeving via internet door Dr. Knottenbelt (Liverpool University). Deze dierenarts wordt op internet regelmatig aangehaald, omdat hij tijdens een debat van de House of Commons heeft gezegd dat de giftige stoffen in Jakobskruiskruid vrijwel zeker door de huid opgenomen kunnen worden (7). Naar aanleiding hiervan hebben wij contact met Dr. Knottenbelt opgenomen. Per email berichtte hij ons dat er geen wetenschappelijk bewijs voor zijn uitspraken is. Hij schreef dat hij zelf leverschade ondervonden heeft na het handmatig verwijderen van Jakobskruiskruid planten. De resultaten van dit ‘experiment’ zijn echter niet gepubliceerd en naar onze mening ook niet middels een goede wetenschappelijke proefopzet verkregen.

Uit ons onderzoek naar de bronnen achter de berichtgeving dat het gevaarlijk is om Jakobskruiskruid aan te raken, concluderen wij dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat er een gezondheidsrisico voor mensen bestaat. De hoeveelheid pyrrolizidine alkaloïden die eventueel opgenomen zou kunnen worden d.m.v. huidcontact is zeer laag en er is geen bewijs dat deze alkaloïden omgezet worden in een giftige vorm. Jakobskruiskruid kan bij huidcontact echter wel een allergische reactie geven: compositae dermatitis.(8). Deze allergie treedt op na huidcontact of na het eten van de planten. De allergie wordt niet veroorzaakt door de pyrrolizidine alkaloiden, maar door andere stoffen die in veel soorten van de composietenfamilie voorkomen (sesquiterpene lactonen) (9).

Bronvermeldingen

(1) Ragwort-UK Ltd Educational site
(2) Yorkshire Dales Country News – 2006 Ragwort poisoning alert
(3) Nieuwsblad België-Jakobskruiskruid kan dodelijk zijn
(4) DEFRA Advice on handling ragwort
(5) World Health Organisation. 1988. Environmental health criteria for Pyrrolizidine alkaloids. Published under the joint sponsorship of the United
Nations Environment Programme and the World Health Organization. Geneva.
(6) Brauchli J., J. Luthy, U. Zweifel & C. Schlatter. 1982. Pyrrolizidine alkaloids from Symphytum officinale L. and their percutaneous absorption in
rats. Experientia (Basel) 38: 1085-1087.
(7) Knottenbelt, D., House of Commons 25 Jul 2000 : Column 1089
(8) Gordon, L. A. 1999. Compositae dermatitis. Australas. J. Dermatol. 40: 123-128.
(9) Warshaw, E. M. & K. A Zug. 1996. Sesquiterpene lactone allergy. Am. J. Contact. Dermat. 7: 1-23

Fabels m.b.t. het aantal sterfte gevallen door kruiskruidvergiftiging en het belang van sectie op overleden dieren.

Door: Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2007

Om een goed beeld te krijgen van de schaal van het Jakobskruiskruid probleem is het belangrijk om er achter te komen hoeveel slachtoffers deze plantensoort per jaar eist.


Omdat het alleen door sectie of een leverpunctie in combinatie van het ziektebeeld en het aantonen van Kruiskruid in het voer vast te stellen is of een dier daadwerkelijk aan kruiskruid vergiftiging gestorven is en dit meestal niet gebeurt omdat algemeen aangenomen wordt dat sectie of punctie erg kostbaar is, wordt er in de media (1) en (2) en op internet (3) en (4) veel gespeculeerd over het aantal dieren dat per jaar door toedoen van Jakobskruiskruid sterft. Helaas zijn deze schattingen vaak niet accuraat en geven dus een misleidend beeld van de schaal van het Jakobskruiskruid probleem.Op het internet is een mooi voorbeeld te vinden van een schatting die het resultaat is van een verkeerde extrapolatie van gegevens.

In Engeland gaat het verhaal dat er in het jaar 2002 6500 paarden in de UK zijn overleden aan kruiskruidvergiftiging (5).


Bij nazoeken hoe ze aan die getallen kwamen bleek er een enquête achter het verhaal te zitten gehouden onder alle dierenartsen die aangesloten zijn bij de British Equestrian Veterinary Association. Slechts 4% van de dierenartsen heeft de enquête ingevuld. De vraag in de enquete hoeveel vermoede of bevestigde gevallen van kruiskruidvergiftiging de dierenarts onder behandeling heeft gehad resulteerde in een totaal aantal van 283 meldingen waarbij VERMOED wordt dat er Jakobskruiskruid in het spel is geweest Dit getal is vervolgens omgerekend naar álle leden: als 4% gelijk staat aan 283 sterftegevallen, dan is 100% (als alle dierenartsen de enquete zouden hebben ingevuld) gelijk aan 7075. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien een juiste berekening, maar helaas is het erg gevaarlijk om zo’n kleine steekproef te extrapoleren. Zeker in dit geval, omdat een dierenarts eerder geneigd is om zo’n enquête in te vullen als hij/zij zelf zieke paarden onder behandeling heeft gehad waarvan hij/zij dacht dat het door Jakobskruiskruid zou kunnen komen. Dit wordt bevestigd door het hoge percentage van 89% van de ondervraagden dat aangaf in aanraking met vermoedelijke gevallen te zijn geweest, een percentage van 75% gaf aan bevestigde gevallen gezien te hebben. Het is daarnaast niet uit te sluiten dat er meerdere dierenartsen melding hebben gemaakt van het zelfde geval van sterfte door Jakobskruiskruidvergiftiging en dat er dus soms ‘dubbel’ geteld wordt.
Het enige wat je hieruit kan concluderen is dat er, zover bekend, in 2002 283 paarden vermoedelijk zijn gestorven aan Alkaloïden vergiftiging. Het is niet bekend op hoeveel van die gevallen sectie verricht is. Het gevaar van deze verkeerde schatting laat zich duidelijk zien op internet.

Na enig Googelen kan je vinden dat er veel websites zijn die de schatting van 6500 dode paarden per jaar klakkeloos overnemen en als een feit presenteren.

Een bronvermelding wordt vaak niet gegeven (6) en (7). Ook in Nederland worden er bij gebrek aan data cijfers genoemd die niet door gegevens onderbouwd worden. De dierenbescherming spreekt bijvoorbeeld over honderden overleden dieren per jaar (4). Navraag leerde echter dat de Dierenbescherming niet over sectie rapporten noch over meldingen van concrete ziekte- en/of sterfgevallen beschikt.

Een vermoeden is niet voldoende om een Kruiskruidvergiftiging aan te tonen.

Vaak wordt de combinatie van het ziekte beeld van leverfalen en het aantreffen van Kruiskruid in de wei of in het hooi gezien als bewijs voor Kruiskruidvergiftiging, maar dit bewijs is wel erg indirect. Vergiftiging door Jakobskruiskruid en andere kruiskruiden geeft namelijk géén specifiek ziektebeeld en er zijn ook veel andere oorzaken van leverfalen (zoals aangeboren afwijkingen, leverabcessen, en ontstekingen veroorzaakt door bacterien, parasieten, virussen, of andere giftige stoffen dan PA’s) (8). Ook leverbiopsie of sectie kan niet onomstotelijk vaststellen dat de leverschade door kruiskruidvergiftiging veroorzaakt wordt, maar laat wél een specifiek patroon van leverbeschadiging zien dat veel andere oorzaken kan uitsluiten. Daarnaast wordt Jakobskruiskruid vaak verward met andere geelbloeiende planten. (9)

Duidelijk is dat de schattingen verkeerd zijn en dat het aantal sterftegevallen lager kan zijn, maar ook best hoger zou kunnen zijn. Er is weinig bekend over de schaal van het probleem, deze kennislacune zou opgevuld kunnen worden door sectie op overleden dieren.

Deze pagina is in 2007 geschreven, links zijn verouderd en inactief gemaakt.

Bronvermeldingen

(1) Leeuwarder Courant 20-7-2005
(2) Leeuwarder Courant maandag 2-8-2004
(3) ANP Perssupport
(4) Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. 2006. Inspectiedienst
waarschuwt voor Jakobskruiskruid.
(5) Equiworld Horsemagazine British Horse Society Ragwort survey reveals disturbing new figures on horse fatalities.
(6) Paard Natuurlijk
(7) Bokt Paardenforum
(8) DEFRA/AHT/BEVA. 2004. Department for Environment, Food and Rural Affairs Engeland. Equine Quarterly Disease Surveillance Report. Pilot Issue:
Focus on equine liver disease 7-9.
(9) Alarm om opmars Jakobskruiskruid Telegraaf 23-07-2007

Een hapje kan geen kwaad?

Wordt mijn paard ziek als het af en toe een hapje Kruiskruid binnen krijgt?

Door: Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2006

Jakobskruiskruid en alle andere in Nederland voorkomende kruiskruiden bevatten inhoudsstoffen die bij inname giftig zijn voor de meeste gewervelde dieren en insecten (1) Deze stoffen heten pyrrolizidine alkaloïden. De pyrrolizidine alkaloïden die kruiskruiden bevatten worden na inname al na 24 tot 48 uur uitgescheiden (2) en hopen zich dus niet in het lichaam op, zoals soms gedacht wordt (1, 2). Toch kunnen pyrrolizidine alkaloïden in de korte tijd dat ze in een lichaam aanwezig zijn de gezondheid van een dier aantasten. Pyrrolizidine alkaloïden zijn in de vorm waarin ze zich in de plant bevinden in principe niet giftig voor dieren, maar kunnen na inname door chemische processen in de dunne darm en de lever omgezet worden in een vorm die vooral de lever kan beschadigen, maar ook in mindere mate de nieren en longen (1. 3) zie Jakobskruiskruidvergiftiging, hoe werkt dat? over de giftige werking van pyrrolizidine alkaloïden en de gevolgen van kruiskruidvergiftiging. Kruiskruidvergiftiging kan uiteindelijk de dood als gevolg hebben, maar kan één hapje al kwaad? Het antwoord op deze vraag hangt af van hoe je ‘kwaad’ definieert.

Eén hapje Jakobskruiskruid kan er al ervoor zorgen dat levercellen afsterven. Hierdoor kan herhaalde opname van de giftige stoffen de lever zo beschadigen dat deze niet meer optimaal kan functioneren. Dit heeft de verschijnselen van een leverziekte als gevolg en kan uiteindelijk tot de dood leiden. (1, 3) Er wordt geschreven dat een dieet waarin 1-2% kruiskruid aanwezig is op termijn al letaal kan zijn (4). Deze werking wordt ‘cumulatief’ genoemd: elk hapje telt en brengt de dood een stap dichterbij. Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever dus op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar.(5, 6, 7) Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven lever cellen namelijk overgenomen worden door andere levercellen.  Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50-70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte. Het is dus erg belangrijk om een goed beeld te krijgen van hoe hoog de drempel ligt. Met andere woorden: hoeveel kruiskruid kan een dier eten zonder dat dit op korte of lange termijn een effect heeft op zijn gezondheid? Er is hier echter nog veel onduidelijkheid over. Er wordt bijvoorbeeld geschreven dat een hoeveelheid van 50 en 200 gram gedroogd Jakobskruiskruid per kilo lichaamsgewicht dodelijk is (8, 9, 10) voor een paard maar het is niet duidelijk over welke termijn deze inname plaats moet vinden om letaal te zijn.

Conclusie: Kan één hapje kruiskruid al kwaad?: Ja, het kan de lever beschadigen. Heeft één hapje kruiskruid een effect op de gezondheid van een dier?: Nee, tenzij dit frequent over een langere termijn plaatsvindt.

Referenties :

(1) Fu, P. P., Q. Xia, G. Lin & M. W. Chou. 2004. Pyrrolizidine alkaloids – Genotoxicity, metabolism enzymes, metabolic activation, and mechanisms. Drug Metabolism Reviews 36: 1-55.

(2) Stewart, M. J. & V. Steenkamp. 2001. Pyrrolizidine poisoning: a neglected area in human toxicology. Therapeutic Drug Monitoring 23: 698-708.

(3) Chojkier, M. 2003. Hepatic sinusoidal-obstruction syndrome: toxicity of pyrrolizidine alkaloids. Journal of Hepatology 39: 437-446.

(4) Vos, J. H., A. A. J. Geerts, J. W. Borgers, M. H. Mars, J. A. M. Muskens & L. A. van Wuijckhuise-Sjouke. 2002. Jacobskruiskruid: bedrieglijke schoonheid. Tijdschr. Diergeneesk. 127: 753-756.

(5) De Lanux-Van Gorder, V. 2000. Tansy ragwort poisoning in a horse in southern Ontario. Can. Vet. J. 41: 409- 410.

(6) Lessard, P., W. D. Wilson, H. J. Olander, Q. R. Rogers, & V. E. Mendel. 1986. Clinicopathologic study of horses surviving pyrrolizidine alkaloid(Senecio vulgaris) toxicosis. Am. J. Vet. Res. 47: 1776-1780.

(7) Czaja, M. 1998. Liver growth growth and repair. Chapman en Hall London. ISBN 0412 71260.

(8) Goeger, D.E., P.R. Cheeke, J.A. Schmitz & D.R. Buhler (1982). Toxicity of tansy ragwort (Senecio jacobaea) to goats. Am. J. Vet. Res. 43(2):252-254.

(9) Molyneux R. J., Johnson, A. E.& L. D. Stuart. 1988. Delayed manifestation of Senecio -induced pyrrolizidine alkaloidosis in cattle:case reports. Vet. Hum. Toxicol. 30: 201-205

(10) European Food Safety Authority. 2007. Opinion of the Scientific Panel on contaminants in the food chain on a request from the European Commissionrelated to Pyrrolizidine alkaloids as undesirable substances in animal feed. The EFSA Journal 447: 1-51.

Eten paarden vaak vers kruiskruid, of zijn het uitzonderingen

Esther Hegt en Dr. Pieter B. Pelser ( University of Canterbury- Biological Sciences, Christchurch, New Zealand) 2007

Eten paarden vaak verse Jakobskruiskruid planten?

Jakobskruiskruid bevat net als alle andere in Nederland voorkomende Kruiskruiden (Tribus Senecioneae, Familie Asteraceae) pyrrolizidine alkaloïden van het senecionine type. Deze stoffen zijn giftig voor de meeste gewervelde dieren en insecten (1, 2, 3). De vergiftiging vindt plaats doordat paarden de planten in gedroogde of verse vorm eten (4, 5 ). Onderzoek toont aan dat Jakobskruiskruid planten in gedroogde vorm hun giftigheid gedurende lange tijd kunnen behouden (6, 7, 8, 9). Paarden herkennen Jakobskruiskruid in gedroogde vorm niet als giftig en alkaloïden vergiftiging kan dus optreden als Jakobskruiskruid terecht komt in hooi en kuilvoer dat voor consumptie bedoeld is ( 7, 8 ). Jakobskruiskruid planten maken soms deel uit van de flora die wordt aangetroffen in gebieden waar paarden gehouden worden. Dit brengt het mogelijke risico met zich mee dat de levende planten door paarden gegeten worden. Er bestaat echter veel onduidelijkheid over de mate waarin dat gebeurt.

Verschillende bronnen melden dat paarden levende Jakobskruiskruid planten eten.

Verschillende bronnen melden dat paarden levende Jakobskruiskruid planten eten (4, 5, 10, 11, 12, 13, 14). Er bestaat echter veel onduidelijkheid over de frequentie waarop dit gebeurt. Met name op webfora en in de populaire media wordt door paardenhouders de zorg uitgesproken dat vergiftiging door het eten van verse planten een groot probleem is dat tot veel sterfte onder paarden leidt (10, 11, 12, 13, 14). Vaak wordt de overheid in deze media opgeroepen om in te grijpen en de plant actief te bestrijden en/of door middel van wetgeving landeigenaren te dwingen om Jakobskruiskruid planten te verwijderen uit gebieden waar paarden gehouden worden.(15, 16)

Andere bronnen, veelal artikelen in internationale wetenschappelijke tijdschriften, melden dat paarden levende Jakobskruiskruid planten doorgaans als giftig herkennen.

Andere bronnen, veelal artikelen in internationale wetenschappelijke tijdschriften, melden dat paarden levende Jakobskruiskruid planten doorgaans als giftig herkennen en slechts in uitzonderlijke gevallen of tijdens voedselschaarste eten (4, 5, 7, 8, 17, 18, 19, 20). Deze conclusie wordt door sommige paardenhouders echter in twijfel getrokken en krijgt in een artikel in het paardenblad Bit zelfs het label ‘pseudowetenschap’ opgeplakt (14). Naar onze mening wordt dit wantrouwen gevoed door meldingen van paardenhouders die waar hebben genomen dat hun eigen paarden de planten in verse vorm eten.

Wellicht geven de meldingen van paardenhouders aan dat de wetenschappelijke opinie m.b.t. het eten van levende Jakobskruiskruid planten door paarden aangepast moet worden. Om dit te bepalen is het noodzakelijk dat paardenhouders gevallen waarin paarden de verse planten eten op een verifieerbare manier documenteren. Dit is bijvoorbeeld belangrijk om vast te kunnen stellen of de plant die gegeten wordt inderdaad Jakobskruiskruid is en niet verward is met een andere plantensoort. Naar onze mening is dit uiterst belangrijk, omdat wij in het afgelopen jaar via de KruiskruidForum.nl (21) website, pers (16) en persoonlijke email vele malen foto’s van planten onder ogen hebben gekregen waarvan door de eigenaar vermoed werd dat het Jakobskruiskruid betrof, maar waarvan bleek dat het om andere planten soorten ging. De correcte identificatie van Jakobskruiskruid blijkt niet alleen bijzonder moeilijk voor de meeste mensen te zijn als de plant zich in het rozetstadium bevindt, maar ook in het bloeistadium wordt de plant regelmatig verward met andere geel-bloemige leden van de Paardenbloemfamilie (Asteraceae).
(Elders op deze website zijn folders gemaakt door de eerste auteur, te downloaden die het doel hebben om het herkennen van Jakobskruiskruid makkelijker te maken.)
Wij roepen daarom op om planten waarvan vermoed wordt dat het Jakobskruiskruid is in zijn geheel te verwijderen en te drogen. Op deze manier kan later door een plantenexpert vastgesteld worden of het inderdaad om Jakobskruiskruid gaat. Indien gewenst kan de plant op gestuurd worden (zie handleiding planten drogen en opsturen) naar de schrijvers zodat gevallen waarin Jakobskruiskruid vers gegeten wordt, na verificatie, centraal gedocumenteerd kan worden. Foto’s van vermoedelijke Kruiskruiden kunnen ook ter identificatie naar ons toe gestuurd worden. Het verzamelen van Jakobskruiskruid planten die door paarden vers gegeten worden is niet alleen belangrijk om de identificatie van de planten op een later moment te kunnen verifieren maar ook om door middel van aantoonbare vraatschade ‘bewijs’ te verzamelen dat die planten ook daadwerkelijk gegeten worden.

Referenties;


(1) Schneider, D. 1987. The strange fate of pyrrolizidine alkaloids. In: Chapman, R. F., E. A. Bernays & J. G. Stoffolano (Eds.). Perspectives in
chemoreception and behavior: Springer, Berlin/Heidenberg. 123-142.
(2) Boppré, M. 1986. Insects pharmacophagously utilizing defensive plant chemicals (pyrrolizidine alkaloids). Naturwissenschaften 73: 17-26.
(3) Macel, M. 2003. On the evolution of the diversity of pyrrolizidine alkaloids. The role of insects as selective forces. Thesis Leiden University.
(4) Giles, C. J. 1983. Outbreak of ragwort (Senecio jacobaea) poisoning in horses. Equine Veterinary Journal 15: 248-250.
(5) De Lanux-Van Gorder, V. 2000. Tansy ragwort poisoning in a horse in southern Ontario. Can. Vet. J. 41: 409-410.
(6) Pelser, P. B., H. de Vos, C. Theuring, T. Beuerle, K. Vrieling & T. Hartmann, 2005. Frequent gain and loss of pyrrolizidine alkaloids in the
evolution of Senecio sect. Jacobaea (Asteraceae). Phytochemistry 66: 1285-1295.
(7) Gardner, D. R., M. S. Thorne, R. J. Molyneux, J. A. Pfister & A. A. Seawrigh. 2006. Pyrrolizidine alkaloids in Senecio madagascariensis from
Australia and Hawaii and assessment of possible livestock poisoning. Biochemical Systematics and Ecology 34: 736-744
(8) European Food Safety Authority. 2007. Opinion of the Scientific Panel on contaminants in the food chain on a request from the European Commission
related to Pyrrolizidine alkaloids as undesirable substances in animal feed. The EFSA Journal 447: 1-51.
(9) Candrian, U., J. Luthy, P. Schmid, Ch. Schlatter & E. Gallasz. 1984. Stability of pyrrolizidine alkaloids in hay and silage. J. Agric. Food Chem.
39: 930-933.
(10) Smith, D. October – and Ragwort is Killing our Horses. Ragwort-UK Ltd
(11a)(11b) Ragwort Facts. Information on Common Ragwort from a factual perspective.
(12) Bokt Paardenforum.
(13) Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. 2006. Inspectiedienst waarschuwt voor Jakobskruiskruid.
(14) Bröckotter, F. 2006. De opmars van Jakobskruiskruid. Natuurbeheer brengt paarden in gevaar. Bit 137: 108-111.
(15) Siemens. H. 2004. Van mij zou vleesvee geen natuurhooi krijgen. Boerderij, Vleesvee 89: 8-9.
(16) LTO Alarm om opmars Jakobskruiskruid. Telegraaf 23-07-2007.
(17) Bain, J. F. 1991. The biology of Canadian weeds. 96. Senecio jacobaea L. Canadian Journal of Plant Science. 71: 127-140.
(18) Poole, A. L. & D. Cairns. 1940. Botanical aspects of Ragwort (Senecio jacobaea L.) control. Department of Scientific and Industrial Research
Bulletin 82: 2-61.
(19) Harper, J. L. & W. A. Wood. 1957. Senecio jacobaea L. The Journal of Ecology 45: 617-637.
(20) Cosyns, E. 2004. Ungulate seed dispersal. Aspects of endozoochory in a semi-natural landscape. Institute of Nature Conservation, Brussels.
(21) Determinatietopic Planten KruiskruidForum Het KruiskruidForum is inmiddels gesloten